You are here

Patiënt met terroristische plannen opgepakt na info arts, Orde reageert

P.S. - Donderdag 15 juni 2017
P.S.

Een 20-jarige Hasselaar zit in de gevangenis van Hasselt op verdenking van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Speurders kwamen de man op het spoor nadat hij allerhande uitspraken over IS deed aan zijn dokter. Dat meldt het Belang van Limburg.

De man was verplicht opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Op zijn laptop troffen de speurders zoekopdrachten aan over het maken van een bom. Daarnaast had de man een ticket naar Londen geboekt.

De verdachte zegt dat hij niet religieus is en dat hij geen banden heeft met IS.

Mogelijk kopieergedrag

De Hasselaar kampt alvast met psychische problemen en zou mogelijk kopieergedrag vertonen. Het federaal parket bevestigde dat de man is aangehouden en dat een expert is aangesteld om zijn geestestoestand na te gaan. Vrijdag verschijnt hij voor de raadkamer.

Dat de arts deze info doorspeelde naar het gerecht, lijkt in deze zaak zeer relevant, maar roept weer deontologische vragen op over het principe van gegevensdeling en het beroepsgeheim.

“Beroepsgeheim versus hulpverleningsplicht”, zegt de Orde

“Op die zaak in Hasselt wil ik geen commentaar leveren, omdat ik daar niet voldoende informatie over heb”, zegt Michel Deneyer, ondervoorzitter van de Orde der artsen. “Maar we beschikken wel over een wettelijk kader voor dit soort situaties.”

Een arts kan, in uitzonderlijke omstandigheden – wanneer er ernstig en dreigend gevaar is voor derden –, zijn informatie aan het gerecht doorspelen in het kader van een noodtoestand. “Het beroepsgeheim kan opzijgezet worden om een hoger rechtsgoed te beschermen”, aldus prof. Deneyer. “Dat hoger rechtsgoed is de fysieke en psychische integriteit van andere personen die het slachtoffer dreigen te worden van een aanslag. De arts mag hier alleen gebruik van maken als er geen andere oplossing bestaat. Ik benadruk dat het gevaar ernstig én dreigend moet zijn. Kindermishandeling is een concreet voorbeeld.”

Als de arts nalaat een bestaand gevaar te melden en een derde loopt schade op, dan kan de arts op basis van zijn hulpverleningsplicht gestraft worden. “De arts moet hier dus een afweging maken: beroepsgeheim versus hulpverleningsplicht”, zegt de Orde-ondervoorzitter. Hij geeft nog mee dat de noodtoestand waarvan sprake, niet rechtszeker is. Met andere woorden, de noodtoestand kan achteraf door een rechter afgetoetst worden. Als de rechter oordeelt dat er geen noodtoestand bestond, heeft de arts het beroepsgeheim geschonden.